Kracht is een raar iets. Het is ergens ongrijpbaar en vaak kan je alleen maar zeggen dat je geen kracht meer hebt, omdat je simpelweg niks meer kan na verrichte inspanningen. Dat is fysieke kracht.
Ik zie de fysieke kracht bij mijn vader afnemen. Steeds vaker is hij moe en steeds vaker ligt hij ’s middags in bed als ik kom. Hij moet dan uitrusten van de inspanningen die hij heeft verricht eerder die dag.
Vanavond ben ik met een van mijn vrienden bij hem in het verzorgingstehuis geweest. Hij lag al op bed. Moe van het avondeten en de dingen die hij vandaag had gedaan. Hij heeft het druk gehad.
Langzamerhand geeft mijn vader toe aan het feit dat de kracht steeds meer afneemt en dat hij rust moet nemen. Ik vind het fysieke proces steeds moeilijker worden. Het lijkt wel of alle kracht die je in een leven hebt heel langzaam wordt afgenomen. Moeilijk vind ik het om te zien dat mijn vader straks aan bed gekluisterd zal zijn.
De innerlijke kracht van mijn vader lijkt onuitputtelijk. Hij blijft strijden en hij probeert er op zijn manier nog steeds wat van te maken. Ik heb veel respect voor hem.