Offday: off – day [-dee] (Engels) de -woord (mannelijk) offdays dag waarop alles fout gaat, waarop men uit zijn gewone doen is. Gevonden op http://www.woorden.org/woord/offday
Na twee dagen afleiding realiseer ik me vandaag, nadat ik opstond, dat ik een offday heb. Ik heb nergens zin in en heb het wel even gehad. Ben uit mijn gewone doen. Alles vreet energie merk ik. Het is ook niet zo gek, tenslotte ben ik al bijna zes weken aan het rennen naar het ziekenhuis en het verzorgingstehuis.
Ik ga gelukkig met een vriendin lunchen. Even er uit in de buitenlucht. Ik houd van winterse weer in Amsterdam. De grachten zijn mooi. We hebben een fijne conversatie. Ik heb bewondering voor de dingen zoals zij ze nu aan het aanpakken is. Ik vind het fijn als het goed gaat met mensen waar ik om geef.
Na de lunch thuis aangekomen besluit ik om de kerstboom aan te doen en lekker te gaan ‘cocoonen‘ in huis. Ik zet een lekker muziekje aan en val onder mijn dekentje op de bank in slaap. Ik ben moe. Ik probeer ’s avonds nog een en ander op TV te bekijken, maar val steeds weg. De kaars gaat steeds uit.
Ik bel mijn vader even om te zeggen dat ik vanavond niet langskom, ik trek het even niet. Fysiek gezien dan. Hij heeft begrip. Gelukkig krijgt hij bezoek van zijn zus en troost ik me met de wetenschap dat hij niet alleen is.
Gisterenavond zei iemand tegen mij dat het goed mogelijk is dat ik al met mijn rouwproces begonnen ben. Iets in mij zegt dat hij wel eens gelijk kan hebben.