Jupiler League …

Ik word wakker met een akelig gevoel. Het is het verdrietige gevoel merk ik. De zeurpijn in mijn lijf. Ik heb eigelijk geen zin om mijn bed uit te gaan en niets te doen. Het is de rouw, die door mijn lichaam gaat. Ik laat het gevoel maar over mij heen komen.

Vandaag ben ik door een vriend uitgenodigd om naar een voetbalwedstrijd uit de Jupiler League te gaan kijken. Het is Telstar tegen Volendam. Ik besluit ondanks dat ik mij niet heel fijn voel toch naar de wedstrijd te gaan.

Onderweg naar Ijmuiden bel ik met mijn oom en word ik gebeld door een van de vriendinnen van mijn moeder. Het is fijn dat ik tegen ze aan kan praten. Ik vertel hen dat ik vandaag verdrietig ben. Ze zijn een fijn luisterend oor en komen met de nodige ongevraagde adviezen, waar ik wel wat aan heb. Ik ben niet alleen merk ik, ook niet op moeilijke dagen

Bij het stadionnetje van Telstar aangekomen duurt het even voordat het ploegje mensen dat mijn vriend heeft uitgenodigd compleet is. Hij is zelf als laatste. We zijn met zijn zevenen. Allemaal vrienden of bekenden van mij. Tijdens de wedstrijd verblijven we in de ‘skybox’, die eigenlijk geen ‘skybox’ is, maar een soort grote voetbalkantine om de wedstrijd te bekijken. Een paar van de ploeg zie ik voor het eerst na het overlijden van mijn vader en moeder. Ook kan ik tijdens de wedstrijd met iedereen bijpraten onder ontspannende omstandigheden. Ze zijn allemaal geinteresseerd en leven met mij mee. Ik beleef veel steun deze middag en heb toch de nodige afleiding en ontspanning.

Telstar wint uiteindelijk, na zo’n 20 keer van Volendam verloren te hebben, met 1-0. Geen hoogstaand voetbal en de ambiance heeft iets weg van de gemiddelde grote amateurclub in Nederland, maar het is erg gezellig deze middag. Een ding weet ik zeker vandaag, de Jupiler League en mijn vrienden en bekenden bezorgen mij de nodige afleiding vandaag op een moeilijke dag.

Advertenties

Verdrietig …

Vanochtend wandel ik richting het Vondelpark. Koffiedrinken met vrienden zoals ik gewoonlijk doe de afgelopen weken. We gaan meteen maar even lunchen besluiten we.

Na de lunch ga ik richting postkantoor op de Singel om daar enveloppen en postzegels te halen voor de vele brieven die ik nog moet gaan sturen voor de afhandeling van allerlei zaken rondom het overlijden van mijn ouders.

Deze middag merk ik dat mijn ziel, hart en verstand voortdurend op elkaar botsen. Het is het verdriet dat ik in mijn lichaam zit. Verdriet doet pijn merk ik. Mijn tranen zijn op en verdriet ervaar ik nu, merk ik. Kennelijk huilen we van nature om ons beter te voelen, om een last kwijt te raken, om de druk op onze schouders en onze ziel iets te verlichten. Maar bij mij gaat het niet. Mijn tranen zijn echt op na de afgelopen 10 maanden.

Ik heb inmiddels vastgesteld dat rouw geen vreemd verschijnsel is, geen buitenaards monster maar een natuurlijk gegeven. Ik zie ook in dat het goed is om de pijn te uiten, maar kan dit niet altijd met tranen. Ik probeer er dan aan toe te geven dat ik rouw ervaar. Ik voel en ervaar het, het verdriet dat daarbij hoort zit van binnen en uit zich in een zeurende pijn en een unheimisch gevoel. Als ik dat gevoel heb zeg ik tegen mijzelf dat ik verdrietig ben.

Ik ervaar verdriet niet als negatief. Het lijkt er voor mij op dat verdriet iets zegt. Namelijk dat het tijd is om jezelf te koesteren, naar binnen te gaan en naar jezelf te luisteren, of familie, goede vrienden of kennissen op te zoeken waar je mee kunt praten. Als je dat recht in eigen handen neemt, dan voelt datzelfde verdriet als dragelijk. Ik voel me namelijk niet de hele dag verdrietig. Het verdriet komt in vlagen door zo lijkt het wel.

Aan het begin van de avond besluit ik te gaan kijken naar nog een aantal delen – die ik heb opgenomen – van de Millenium Trilogie van Stieg Larsson. Ik creeer de nodige afleiding voor mijzelf.

Om 11 uur heb ik twee delen gekeken en besluit ik naar bed te gaan. In bed laat ik mijn gedachten nog eens gaan over vandaag. Ik heb besloten om de gevoelens en emoties die de komende tijd ontstaan allemaal over mij heen te laten komen en niet uit de weg te gaan. Per moment probeer ik te bekijken hoe ik mij voel. Vandaag staat het vast, ik voel me verdrietig …

Leeg …

Ik word laat wakker vandaag. Nadat iedereen het huis van mijn ouders gisteren heeft verlaten ben ik met vijf vrienden lekker uiteten geweest. Beetje nababbelen over de dag, een biertje en een goed glas wijn drinken. Het is laat geworden gisterenavond. Ik heb het prettig gehad met mijn vrienden. Fijn dat ze er weer voor mij waren. Bijzondere mannen!

Onderweg naar het restaurant ben ik gisteren een goede kennis tegengekomen. Hij is ook zijn ouders kwijt. Hij heeft me gisteren meegegeven dat ik vandaag een leeg gevoel zou hebben. Ik heb het van hem aangenomen. Hij kan het immers weten.

Ik begrijp inmiddels wat hij bedoeld. Ik sta op met een surrealistisch gevoel dat alles wat ik de afgelopen dagen heb meegemaakt onwerkelijk is. Het lijkt wel of het niet gebeurd kan zijn, doch echter de werkelijkheid is anders zeg ik snel tegen mijzelf. Het is raar als je hart niet naar je verstand wil luisteren, maar niet verwonderlijk in mijn situatie.

Het geloven van het verlies, het onder ogen kunnen zien van het verlies, het weten dat het verlies realiteit is en het gevoelsmatig beseffen dat het verlies heeft plaatsgevonden is hetgeen waar het om draait. Samen met mijn vader hebben we veel gepraat toen hij het nieuws heeft gehad dat hij terminaal ziek is. We hebben toen tegen elkaar gezegd, we gaan er niet over en zullen het moeten accepteren. Hoe zwaar het ook is. Het zal geen gemakkelijke weg worden, maar we moeten er wel nog wat van maken en er uithalen wat er in zit. In elke vorm. Een ding weet ik zeker, dat heeft mijn vader zeker gedaan en ik ook weet ik nu …

Ik weet verstandelijk gezien dat mijn vader en mijn moeder overleden zijn, alleen is het gevoelsmatig aanvaarden van het verlies heel moeilijk. Ik houd me vast aan de gedachte dat het aanvaarden van het verlies op termijn steeds minder moeilijk gaat worden, omdat ik er steeds weer aan herinnerd wordt dat mijn ouders er niet meer zijn. Dit heb ik al gemerkt door open te zijn over het ziekbed van mijn vader en de situatie met mijn moeder. Ik ben gesprekken en confrontaties niet uit de weggegaan. Overal waar ik kom en bij alles wat ik doe waar mijn vader en moeder voorheen aanwezig waren of ter sprake komen, werd ik geconfronteerd met het feit dat mijn vader ziek was en mijn moeder weg is. Ik kon er steeds beter over praten. Het besef dat ik het op dezelfde wijze aan dien te gaan is volledig aanwezig nu ook mijn vader overleden is. Dit zal nog wel een hele lange tijd heel zwaar zijn.

Het is goed om te beseffen dat het uiten van mijn gevoelens iets anders is dan het ervaren van mijn gevoelens. Ik ervaar verdriet, maar kan dit niet altijd uiten. Verdriet doet pijn weet ik inmiddels. Dat voel ik. In de afgelopen maanden heeft mijn verdriet zich vaak geuit wanneer ik alleen ben.

Nu alles voorbij is en ik haast geen tranen meer over heb, voel ik me uitgeput en leeg. Het is geen naar gevoel. Maar wel een gevoel dat ik niet goed kan plaatsen. Het voelt soms unheimisch. Het is niet vaak voorgekomen dat ik een unheimisch gevoel heb in mijn leven. Het is ook niet zo gek. Tien maanden lang met het ziekbed van mijn ouders bezig geweest en twee crematies achter de rug van de mensen waarvan ik zielsveel hou. Alle emotionele en fysieke kracht is geheel uit mijn lichaam onttrokken. De laatste dagen heb ik waarschijnlijk alleen op adrenaline gefunctioneerd zo lijkt het.

Ik ben soms rusteloos en vermoeid. Dit zijn ‘normale’ symptomen in het proces waar ik in zit. Ik besluit om dit over me heen te laten komen en hieraan toe te geven. De komende tijd zal ik hier wel last van hebben. Het is niet voorspelbaar en het maakt uiteindelijk ook niet uit hoeveel tijd ik nodig heb om het rouwproces door te komen. Het tempo van ieder individu ligt immers verschillend heb ik de afgelopen maanden geleerd van diverse mensen, die een dergelijke ervaring hebben.

Ik probeer aan het einde van de dag nog onder de mensen te komen. Ik ga een frisse neus halen en kletsen. Een aantal vrienden die bij mij om de hoek zijn hebben mij net gebeld.

De goede kennis heeft gelijk gehad. Het gevoel dat ik zou krijgen klopt. Het gevoel van deze dag is te omschrijven met een woord: leeg …

Einde …

Vanmorgen word ik wakker en heb het idee dat ik een surrealistische film zit. Ik word opgehaald door een van mijn vrienden om naar het verzorgingstehuis te gaan. Onderweg halen we nog even croissantjes en een ‘juutje’. Ik heb het idee dat het een lange dag kan gaan worden.

Het is rond tienen. In het verzorginstehuis besluit ik beneden op mijn broer te wachten om samen naar mijn vader te gaan. Na een kwartier krijg ik een berichtje van mijn broer dat hij in de file staat. Het kan wel even gaan duren. Ik besluit alvast naar boven gaan. Bij mijn vader zit inmiddels al zijn zus. Ik laat mijn vader weten dat ik er ook ben. Hij maakt een mompelend geluid en knikt een beetje. Mijn broer stuurt me nog een berichtje dat het echt nog wel even kan gaan duren voordat hij er is. Ik vraag hem wat hij wil. Wachten of beginnen met de palliatieve sedatie. Hij geeft met een berichtje aan. ‘Begin maar als jij het ook goed vindt.’ Inmiddels is de vriendin van mijn moeder ook gearriveerd. Aan de verpleegkundige geef ik aan dat er begonnen kan worden.

Ze moeten een en ander even voorbereiden. Na een kwartiertje begint daadwerkelijk het proces. Ik heb het moeilijk wanneer ik zie dat ze de eerste dosis slaapmedicatie toedienen. Ik schiet vol en laat mijn tranen de vrije loop. Ik realiseer me dat met enige tijd mijn vader daadwerkelijk komt te overlijden en er een einde gaat komen aan de veertien intensieve weken, die ik met hem en mijn broer heb meegemaakt. Gelukkig komt mijn broer binnen vijf minuten nadat de eerste slaapmedicatie is toegediend. Meteen laat hij mijn vader weten dat hij er is, door hem even vast te pakken.

Ik hoop dat mijn vader rustig tot slapen komt. Echter lijkt het er op dat hij heel onrustig is. Ik vraag een verpleegkundige of ze ons kan begeleiden tijdens het hele proces. Het zou helpen wanneer de verpleging aangeeft in welk stadium mijn vader verkeert. We krijgen uiteindelijk begeleiding van drie verplegers. Ze komen regelmatig polshoogte nemen en vertellen dan een en ander. Om beurten nemen er twee mensen (of soms drie of vier) mensen plaats bij mijn vader. Hij is niet alleen. Ook mijn broer en ik zijn niet alleen. Familie en vrienden van mijn vader zijn aanwezig. Dat doet mij in ieder geval erg goed. Het geeft veel steun. Ik zie dat mijn broer dat ook prettig vindt.

Mijn vader blijft onrustig. Dat is moeilijk om te zien. De verpleging besluit in overleg met de dokter om de dosissen op te hogen en frequenter toe te dienen. Ik hoop alleen dat mij vader rustiger wordt. Hij blijft vechten en de controle houden. We hopen allemaal dat hij zich er aan kan overgeven. Iedereen probeert deze boodschap ook over te brengen aan hem.

Er breekt een hele onrustige fase aan. Iedereen is gespannen en heeft het idee dat mijn vader er nog bij is. De dokter die een half eerder is geweest is heeft aangegeven dat mijn vader niet meer reageert op prikkels en reflexen. Hij geeft zelfs aan dat mijn vader ons niet meer kan horen. Er heerst een tijd lang verwarring. Na een twintigtal minuten besluit ik de verpleging en dokter nog maar eens te raadplegen. Deze geven uiteindelijk aan hem nog een hogere dosis te geven. Ook proberen ze het voor mijn vader zo comfortabel mogelijk te maken door hem even te verfrissen en goed te leggen.

Het lijkt er ineens op dat mijn vader zich overgeeft. Ik ga naast hem zitten en pak zijn hand vast. Steeds langzamer gaat zijn adem en steeds groter worden de tussenpozen. Net als bij mijn moeder heeft de verpleging uitgelegd dat dit een signaal is dat het niet meer lang kan duren voordat iemand overlijdt. Ik leg mijn hoofd tegen hem aan en denk alleen ‘ga maar pap, het is goed …’ ik voel zijn arm kouder worden en zie zijn gezicht bleker worden. Het lijkt er op alsof hij ons loslaat en gaat. Uiteindelijk houdt hij op met ademen. Na enige minuten kijk ik de verpleging aan en zeg ‘het is volgens mij zover’. Ik krijg een knikje. De tranen rennen over mijn wangen. Het is drie uur ’s middags.

De kamer van mijn vader is inmiddels gevuld met zijn zus en haar vriend, vriendinnen van mijn moeder en aanhang, mijn oom en zijn vriendin, mijn broer en ik. Ze laten ons alleen. Mijn broer en ik blijven even bij mijn vader . Wat een heftige intense periode hebben we beleefd. Het is even pittig met zijn drieeen. Na een twintigtal minuten besluiten we om mijn vader te verzorgen en even goed te leggen zodat de rest ook goed afscheid kan nemen.

Nadat iedereen afscheid van mijn vader heeft genomen en is weggegaan nemen mijn broer en ik de procedure met de verpleging door. Ik bel de uitvaartonderneming en de verpleging zorgt er voor dat mijn vader gewassen wordt zodat hij verzorgd vervoerd kan worden naar het verzorgingscentrum van de uitvaartonderneming.

Mijn broer en ik bedanken bij het weggaan het verplegend personeel voor de goede zorgen en fijne begeleiding van de dag. We nemen wat waardevolle spullen van mijn vader mee. Bij het verlaten van het verzorgingstehuis valt er ook een soort zware deken van mij af. Ik heb de afgelopen 10 maanden met mijn moeder en vader op mijn tenen gelopen merk ik. De laatste periode was erg zwaar en ik heb naar verlichting gesnakt.

Ik troost me nog maar eens met de gedachte dat ik van de week heb gedroomd dat mijn vader mijn moeder weer ziet. Dit is het einde van een slopende bijzondere en mooie periode voor velen, maar vooral voor mijn vader, mijn broer en ik.

Glijdende schaal …

Vaak genoeg ben ik in mijn vak met het woord ‘sliding scale’ in aanraking gekomen. Iedere keer was deze ‘glijdende schaal’, want dat is de betekenis volgens de online woordenboeken, omhoog. In geval het financiele resultaat uit een samenwerking beter wordt dan is de verdeling van de vergoeding beter in jouw voordeel.

De glijdende schaal van mijn vader is sinds het nieuws dat hij terminaal ziek is (en waarschijnlijk ver daarvoor) al naar beneden ingezet. Steeds moet hij zijn standaard naar beneden bijstellen. Hij kan fysiek steeds minder. Dat begon met niet meer kunnen lopen en nu ook kan met zijn rechterarm bijna niks meer.

Toen ik hem vertelde dat we komende zondag samen naar een voetbalwedstrijd zouden kunnen gaan moest hij met tranen in zijn ogen zeggen dat het eigenlijk fysiek niet meer gaat. Hij is snel moe en voor het eerst ligt hij ’s avonds op bed in plaats van dat hij met zijn rolstoel door het verzorgingstehuis aan het racen is.

Ik heb moeite met de glijdende schaal naar beneden en wordt continue verdrietig wanneer mijn vader zijn standaarden naar beneden moet bijstellen. Het is aandoenelijk om dit bij iemand te zien.

De laatste keer …

Voor de eerste keer koop ik sloffen voor mijn vader. Hij heeft koude voeten, want zijn sloffen vallen continue uit. Er zit geen randje aan de achterkant. Doordat het gevoel en de kracht in zijn benen ontbreekt kan hij niks doen als ze vallen. Waarschijnlijk is dit ook meteen de laatste keer dat ik voor mijn vader sloffen koop. Een rare gedachte.

Mijn broer is vandaag jarig. Door de telefoon feliciteert mijn vader hem waarschijnlijk voor de laatste keer. Het doet mij beseffen dat mijn laatste keer er waarschijnlijk ook aankomt, immers ben ik donderdag aanstaande jarig. Raar …

Op weg naar huis en ’s avonds aan de telefoon met een van mijn beste vrienden realiseer ik me nogmaals dat er ook waarschijnlijk voor de laatste kerstmis en oud en nieuw met familie en vrienden wordt gevierd. Van deze gedachte word ik verdrietig.

Zo langzamerhand lijkt het er op dat alles wat je samen met je vader doet voor de laatste keer is. Aan alles lijkt een einde te komen, zoveel vertrouwde dingen en herinneringen. Het zullen bijzondere feestdagen worden. Dat staat vast.

De laatste dagen …

Een tijd geleden kreeg het gevoel dat ik over de dagen die ik nu aan het meemaken zou moeten bloggen.

Half september na een ziekbed van 6 maanden is mijn moeder overleden. Nog geen 3 weken erna werd mijn vader ongeneeslijk ziek verklaard. Altijd heb ik me afgevraagd als iemand mij een dergelijk soortgelijk verhaal zou vertellen hoe ik dan zou reageren en hoe je je dan zou voelen. De klap is groot en mijn verdriet is intens. Toch ervaar ik deze periode niet als negatief. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik het niet zeer zwaar heb, maar ik probeer zo goed en zo kwaad als het gaat naar eigen inzicht met de omstandigheden om te gaan.

Het proces, waar ik nu in verkeer, haalt een hoop ‘bijzondere’ en ‘mooie’ dingen naar boven waarvan je je niet bewust bent of wellicht nog niet bewust mee bezig bent geweest. Althans dat geldt voor mij. Ik probeer het verschil tussen emotie en ratio te begrijpen en probeer dagelijks te balanceren tussen tijd met mijn vader, tijd voor mezelf, vriendin en haar zoon, vrienden, vriendinnen en kennissen en tijd voor de normale dagelijkse dingen in het leven.

De ‘urge’ van dit blog komt voort uit het feit dat ik dagelijks over de situatie waar ik in verkeer tegen mensen, die het willen horen of er naar vragen, aan het vertellen ben hoe de stand zaken is. Ik dacht vorige week onder de douche ‘wat nou als ik het dagelijks zou bloggen wat ik meemaak of voel?‘. Het eerste wat in mij opkwam was in ieder geval kan ik het later nog eens allemaal nalezen. Mensen die er niet naar durven vragen kunnen in ieder geval lezen hoe het ervoor staat en wellicht willen mensen hun ervaringen, die zij met een dergelijk proces of situatie hebben of gehad hebben, met mij delen.

Dagelijks zal ik posten hoe ik me voel, wat ik meemaak met mijn vader en probeer ik proces te beschrijven waar ik in zit. Ik ben niet de beste schrijver, maar ik hoop met dit blog een ieder die daar interesse in heeft een stukje deelgenoot te maken van de laatste dagen. Voel je vrij om te reageren, je mening te geven of jouw gevoel te delen. Onder elke post is hier ruimte voor.

Lees hier alle 53 dagen