Snowboard …

Het is lekker weer vandaag. Ik ga koffie drinken bij mij om de hoek. De Coffee Company in de Berenstraat. Mijn vaste koffie-‘hang out’. Hier heb ik afgesproken met een van mijn vrienden uit mijn voetbalelftal. We gaan lunchen. Ik laat hem weten dat ik in de Coffee Company zit. Hij komt daar naar toe. Na een koffietje lopen we samen richting het Esprit Cafe bij het Spui. Het weer is echt lekker, blauwe lucht een soort wintersportgevoel krijg ik. De lunch is fijn.

Na de lunch ga ik richting Amsterdam Noord. Naar de opslag van mijn ouders, waar ook spullen van mij liggen. Ik breng onderweg eerst nog even mijn pak naar de stomerij in Amsterdam Noord. De opslag is een garage die gelegen is in de Spanderswoudstraat waar ik 22 jaar van mijn leven gewoond heb.

Ik rij de straat, waar de opslag is, in. Ik besluit om even een rondje te rijden en te kijken hoe alles er nu bijstaat. Ook kijk ik naar mijn vroegere ouderlijk huis. Ik besef me dat een groot deel van mijn leven in deze straat ligt en dat ik hier een hele fijne tijd met mijn ouders heb gehad. Ik heb het even zwaar. Helemaal als ik bij de opslag aankom en deze openmaak. In eens realiseer me dat ik dat deze boedel straks allemaal opgeruimd moet gaan worden. Ik zie allemaal dingen van vroeger. Herinneringen schieten voorbij.

Gelukkig vind ik mijn snowboard snel. Het wordt me allemaal wat te heftig en ik besluit de garagedeur snel dicht te doen. Ik kom hier binnenkort nog wel eens terug denk ik. Mijn vriend, die mijn snowboard leent, komt net aanrijden. Ik zeg tegen hem dat het een raar gevoel is om hier nu te zijn. Hij beaamt dit en vind het ook vreemd. Hij is vroeger ook nog wel eens in deze straat geweest toen ik hier heb gewoond.

We gaan met het snowboard naar zijn huis. Ik ben blij dat ik bij hen ga eten. Het is alweer een tijdje geleden dat ik bij hen ben geweest en er is een hoop gebeurd. We praten tijdens het eten over de afgelopen tijd en over hun aanstaande huwelijk waar ik getuige ben. Ik laat hen weten dat ik naar hun huwelijk uitkijk en er zin heb.

Na nog even een demonstratie van de Kinect te hebben gekregen en de koffie gedronken te hebben ga ik richting huis. Onderweg naar huis bedenk ik me dat mijn snowboard er vandaag voor heeft gezorgd dat ik wat herinneringen van vroeger voorgeschoteld heb gekregen.

Advertenties

Fotolijstjes …

Vandaag probeer ik een beetje normale dingen in huis te doen. Een wasje, de afwasmaschine leeg maken en beetje opruimen en dergelijke.

In de middag heb ik met een van mijn vrienden afgesproken. Even koffie drinken, beetje kletsen en wat boodschapjes doen. Hij heeft een foto van vroeger van ons bij zich. Het is een foto uit 2000, waar we met een hele groep opstaan bij een busje dat we gehuurd hebben. We hebben toen Oud en Nieuw bij mij gevierd om daarna door te gaan naar een of ander feestje. Hij stelt voor om naar de HEMA te gaan en wat fotolijstjes te halen. Ik vind het eigenlijk wel een goed idee. Ik wil eigenlijk ook wat foto’s ophangen.

De HEMA in de Kalvertoren heeft helaas niet alle maten die we zoeken en ik geef aan dat op Nieuwedijk ook nog een HEMA zit. Met al de fotolijstjes die wel goed zijn qua maat gaan we lopen. We lopen van de Kalvertoren naar de Nieuwedijk. Onderweg heb ik een van mij vreienden, die belt om te kijken hoe het gaat, aan de lijn. Ik vertel hem dat het unheimische gevoel iets afneemt en dat ik wat rustiger wordt in mijn lichaam. We spreken voor morgen af. Hij wil mijn snowboard lenen en stelt voor om daarna bij hem een hapje te eten.

We vinden bij de HEMA op de Nieuwedijk de juiste fotolijstjes. Na afgerekend te hebben lopen we richting mijn huis. Thuis bij mij maak ik een scan van de foto uit 2000. Ik ben blij dat ik deze nu ook heb. Als mijn vriend naar huis gaat aan het einde van de middag naar huis gaat ga ik druk in de weer met de fotolijstjes die ik gekocht heb voordat ik vanavond uiteten ga. Ik vind het fijn als er straks wat foto’s van mijn ouders hangen als ik vanavond thuis kom van het etentje.

Ik merk op. Het geluk van vandaag haal ik uit fotolijstjes …

Balans …

Vanmiddag maak ik een wandeling in de stad. Ik probeer even aan niets anders te denken en hopelijk wordt het unheimische gevoel in mijn lijf wat minder. Hier en daar drink ik een koffietje en lees ik een krantje of tijdschrift. Zo wandel ik ik uiteindelijk twee uur door de stad.

Om kwart over vier spring ik in mijn auto om samen met mijn oom en zijn vriendin naar mijn opa te gaan. Wonder boven wonder doet mijn opa het qua omstandigheden nog hartstikke goed. Ik vind het dan vanzelfsprekend ondanks ik het heel moeilijk vind om hem nu te zien dat ik bij hem langs ga.

Bij mijn opa blijkt al snel dat ik eigenlijk geen woorden heb en mijn opa ontdaan is van de situatie. Ik probeer het maar luchtig te houden, tenslotte is hij niet helemaal meer bij geest om dieper of verder op zaken in te gaan. Ben gewoon blij dat ik hem nog even zie.

Na het bezoek aan mijn opa ga ik samen met mij oom en zijn vriendin eten in hetzelfde restaurant waar ik na de uitvaart van mijn moeder ook met mijn vader en mijn oom en zijn vriendin gegeten heb. Ik krijg een soort van flashback.

Ik bestel dezelfde fles rode wijn, die ik toen met mijn vader gedronken heb. We praten na hoe het de afgelopen week is geweest. Het afscheid, de dagen er tussen en de uitvaart. Mijn oom vertelt ook enkele anekdotes over mijn ouders van vroeger. Ik merk aan hem dat hij stapelgek op ze is. Wat een fijn gevoel geeft me dit. We hebben een hele fijne avond met zijn drieeen. Ik ben blij dat ik even naar ze toe ben gegaan en mijn opa gezien heb. Ik heb nog familie merk ik.

Wikipedia zegt het volgende over familie. Er bestaat een verschil in in het gebruik van definities van familie-graden tussen genealogie en (erf)recht enerzijds en de medische zaken anderzijds. Ten eerste, voor wat betreft genealogie en (erf)recht: Iedereen heeft ouders; dit is de eerstegraads familie. De andere kinderen van die ouders zijn broers en zussen. Dit zijn tweedegraads verwanten. De ouders van die ouders zijn grootouders, of opa’s en oma’s. Ook grootouders worden als tweedegraads familie beschouwd.

De kinderen van die grootouders zijn ooms (mannelijk) en tantes (vrouwelijk). Dit is derdegraads familie, omdat er drie stappen tussen zitten: kind → ouder → grootouder → oom (nonkel) of tante. Degenen met wie ooms en tantes getrouwd zijn, vormen aangetrouwde familie. Hun kinderen zijn neven of nichten, en de beginpersoon is ook een neef (mannelijk) of nicht (vrouwelijk) van dezen. Voor die oom(s) en tante(s) is de beginpersoon ook een neef of nicht.

Onderweg naar huis loop ik de familie in mijn hoofd na. Ik heb mijn broer met zijn gezin nog, mijn opa (vader van mijn moeder), mijn oom (broer van mijn moeder) en zijn vriendin, mijn neef, mijn nicht met haar gezin en mijn tante (zus van mijn vader) met haar gezin. Meer wordt het niet. Conclusie: dun is de balans …

Voetbal …

Vandaag heb ik besloten om een frisse neus te halen en mee te doen bij mijn voetbalelftal. We spelen om half een in Utrecht.

Iedereen die heeft gevoetbald, kent het verschijnsel voetbalhumor wel. Begint onschuldig met shampoo verstoppen of zo. Naarmate je ouder aan het worden bent, denken de meeste mensen dat het wel zal stoppen. Grote misvatting! Het wordt verbale humor.

Dollen heet zoiets, even dollen. Groepshumor, dat wel, maar is dit voetbalhumor? Voetbalhumor, kwajongensstreken die het teamverband niet ondermijnen maar symbolisch juist onderstrepen en bevestigen. Kun je er niet tegen dan val je buiten de groep en pas dan heb je een echt probleem. Dan ben je namelijk altijd aan de beurt en dit betekent dat je altijd verdacht moet zijn op een grap. De verbale humor van het voetbalelftal waar ik in speel begint voor de wedstrijd, is aanwezig tijdens de wedstrijd en de rust en zet zich voort na de wedstrijd onder de douche en aan de bar.

Vandaag is het weer raak. Lachen om de slapste grappen en dezelfde personen zijn aan de beurt om door de mangel genomen te worden. Sommigen vragen er ook om. Uiteindelijk gaan we er af met 9-4 en ook ik krijg naar mijn hoofd ‘lekkere comeback Doel’. ‘Volgende week wissel hoor’ zegt een ander. Je moet begrijpen dat ik helaas de positie als doelman bekleed. Met zo’n uitslag zou je al snel denken dat ik er niks van gebakken heb. Ik kan het allemaal hebben. Ik hou van mijn elftal en zij van mij. Niets is minder waar sinds tijden bakte ons hele elftal er niks van en hebben we uiteindelijk na zeer lange tijd weer eens verloren. Ach, who cares?

We gaan later nog met een paar spelers naar bekenden van ons kijken. Zij spelen in Amstelveen. Ook daar de nodige voetbalhumor langs het veld.

Ik ben er even uit geweest, heb mijn elftal gezien en bij kunnen praten over mijn situatie. Ben blij dat ik heb gevoetbald en kunnen lachen. Het verzette mijn zinnen en heb de nodige afleiding gehad. Moe vertrek ik aan het einde van de middag naar huis om lekker op het bankje te ploffen. Doe vanavond rustig aan en ga niets doen …

Leeg …

Ik word laat wakker vandaag. Nadat iedereen het huis van mijn ouders gisteren heeft verlaten ben ik met vijf vrienden lekker uiteten geweest. Beetje nababbelen over de dag, een biertje en een goed glas wijn drinken. Het is laat geworden gisterenavond. Ik heb het prettig gehad met mijn vrienden. Fijn dat ze er weer voor mij waren. Bijzondere mannen!

Onderweg naar het restaurant ben ik gisteren een goede kennis tegengekomen. Hij is ook zijn ouders kwijt. Hij heeft me gisteren meegegeven dat ik vandaag een leeg gevoel zou hebben. Ik heb het van hem aangenomen. Hij kan het immers weten.

Ik begrijp inmiddels wat hij bedoeld. Ik sta op met een surrealistisch gevoel dat alles wat ik de afgelopen dagen heb meegemaakt onwerkelijk is. Het lijkt wel of het niet gebeurd kan zijn, doch echter de werkelijkheid is anders zeg ik snel tegen mijzelf. Het is raar als je hart niet naar je verstand wil luisteren, maar niet verwonderlijk in mijn situatie.

Het geloven van het verlies, het onder ogen kunnen zien van het verlies, het weten dat het verlies realiteit is en het gevoelsmatig beseffen dat het verlies heeft plaatsgevonden is hetgeen waar het om draait. Samen met mijn vader hebben we veel gepraat toen hij het nieuws heeft gehad dat hij terminaal ziek is. We hebben toen tegen elkaar gezegd, we gaan er niet over en zullen het moeten accepteren. Hoe zwaar het ook is. Het zal geen gemakkelijke weg worden, maar we moeten er wel nog wat van maken en er uithalen wat er in zit. In elke vorm. Een ding weet ik zeker, dat heeft mijn vader zeker gedaan en ik ook weet ik nu …

Ik weet verstandelijk gezien dat mijn vader en mijn moeder overleden zijn, alleen is het gevoelsmatig aanvaarden van het verlies heel moeilijk. Ik houd me vast aan de gedachte dat het aanvaarden van het verlies op termijn steeds minder moeilijk gaat worden, omdat ik er steeds weer aan herinnerd wordt dat mijn ouders er niet meer zijn. Dit heb ik al gemerkt door open te zijn over het ziekbed van mijn vader en de situatie met mijn moeder. Ik ben gesprekken en confrontaties niet uit de weggegaan. Overal waar ik kom en bij alles wat ik doe waar mijn vader en moeder voorheen aanwezig waren of ter sprake komen, werd ik geconfronteerd met het feit dat mijn vader ziek was en mijn moeder weg is. Ik kon er steeds beter over praten. Het besef dat ik het op dezelfde wijze aan dien te gaan is volledig aanwezig nu ook mijn vader overleden is. Dit zal nog wel een hele lange tijd heel zwaar zijn.

Het is goed om te beseffen dat het uiten van mijn gevoelens iets anders is dan het ervaren van mijn gevoelens. Ik ervaar verdriet, maar kan dit niet altijd uiten. Verdriet doet pijn weet ik inmiddels. Dat voel ik. In de afgelopen maanden heeft mijn verdriet zich vaak geuit wanneer ik alleen ben.

Nu alles voorbij is en ik haast geen tranen meer over heb, voel ik me uitgeput en leeg. Het is geen naar gevoel. Maar wel een gevoel dat ik niet goed kan plaatsen. Het voelt soms unheimisch. Het is niet vaak voorgekomen dat ik een unheimisch gevoel heb in mijn leven. Het is ook niet zo gek. Tien maanden lang met het ziekbed van mijn ouders bezig geweest en twee crematies achter de rug van de mensen waarvan ik zielsveel hou. Alle emotionele en fysieke kracht is geheel uit mijn lichaam onttrokken. De laatste dagen heb ik waarschijnlijk alleen op adrenaline gefunctioneerd zo lijkt het.

Ik ben soms rusteloos en vermoeid. Dit zijn ‘normale’ symptomen in het proces waar ik in zit. Ik besluit om dit over me heen te laten komen en hieraan toe te geven. De komende tijd zal ik hier wel last van hebben. Het is niet voorspelbaar en het maakt uiteindelijk ook niet uit hoeveel tijd ik nodig heb om het rouwproces door te komen. Het tempo van ieder individu ligt immers verschillend heb ik de afgelopen maanden geleerd van diverse mensen, die een dergelijke ervaring hebben.

Ik probeer aan het einde van de dag nog onder de mensen te komen. Ik ga een frisse neus halen en kletsen. Een aantal vrienden die bij mij om de hoek zijn hebben mij net gebeld.

De goede kennis heeft gelijk gehad. Het gevoel dat ik zou krijgen klopt. Het gevoel van deze dag is te omschrijven met een woord: leeg …

Genoten …

Dit wordt de moeilijkste dag van mijn leven. Met deze gedachte sta ik vanochtend op. Het voelt allemaal onwerkelijk. Na vandaag is alles echt anders besef ik me. Onder de douche kijk ik glazig voor me uit. Het is mooi weer vandaag. Mijn moeder heeft waarschijnlijk daarover de regie in handen, bedenk ik me. Het is hetzelfde weer als bij haar afscheid. Kakelblauwe lucht.

Ik maak snel een cappuccino voordat ik wordt opgehaald door mijn vrienden om naar het huis van mijn ouders gebracht te worden. Als ik mijn cappuccino op heb vertrekken we. Ik steek snel mijn toespraak, die ik vanmorgen nog even heb laten lezen aan een van mijn vrienden, in mijn zak. In de auto onderweg hebben we wat luchtige gesprekken. Mijn vrienden vragen of ik er klaar voor ben. Ik weet het eigenlijk niet of je er klaar voor kan zijn, maar ik ga er voor.

Bij het huis van mijn ouders zeg ik mijn vrienden gedag. Zij komen later naar het uitvaartcentrum. In het huis van mijn ouders zitten inmiddels de vriendin van mijn moeder en de Spaanse vrienden van mijn ouders, die ook tijdens Oud en Nieuw zijn geweest, op mij te wachten. Ik ben blij dat ze er zijn en laat hen weten dat het heel veel voor mij en mijn broer betekent.

De zus van mijn vader en haar man arriveren even later ook. Langzaam stroomt het huis verder vol met mijn broer en zijn gezin. Mijn oom en zijn vriendin komen als laatste aan van de mensen die straks vertrekken uit het huis van mijn ouders. Tezamen met de rouwstoet vertrekken we met mijn vader richting het uitvaartcentrum Westgaarde.

De rouwstoet arriveert om precies kwart over een. Ik zie op precies dezelfde wijze de auto met daarin de kist van mijn vader stoppen als bij mijn moeder. Als we instappen in de volgauto’s zie ik dat er mensen in de straat staan te kijken. We gaan het zelfde ritje maken als een paar maanden geleden. Ik beloof mijn neefje dat hij voorin mag zitten. Dat mocht hij vorige keer ook, echter deze chauffeur wil het liever niet. Hij komt naast mij zitten. Dat is gezellig vindt hij. Tijdens het ritje stelt hij mij vragen als: ‘Waarom liggen er zoveel bloemen bij opa in de auto?’ en ‘Waarom rijd de auto met degene die dood is voorop?’. Ik leg hem uit dat wanneer mensen van iemand houden ze dan bloemen sturen of geven en degene die dood is het allerbelangrijkst is waardoor hij voorop mag rijden. Het zijn voor hem bevredigende antwoorden.

Bij het uitvaartcentrum zie ik dat het druk is. We worden bij een aparte kamer afgezet. Dit is niet de ontvangstkamer van de vorige keer bij mijn moeder. Waarschijnlijk gaat er iets fout. Later blijkt dat een andere uitvaartdienst twee uur te vroeg bij het uitvaartcentrum is. Uiteindelijk worden we naar de ontvangstkamer van onze wens begeleid. Daar wachten we even om ons op te maken voor de uitvaartdienst van mijn vader. Ik merk dat ik loop te ‘ijsberen’. Ik ben kennelijk gespannen voor wat er komen gaat. Als het zover dat we kunnen beginnen haal ik diep adem en volg ik de uitvaartbegeleidster.

In de aula speelt het door mijn vader gekoesterde ‘Riders on the storm‘ van The Doors bij binnenkomst. We nemen plaats en wachten tot iedereen binnen is en het nummer van The Doors uitgespeeld is om de dienst aan te vangen. De uitvaartbegeleidster doet het openingswoord en de vriendin van mijn moeder bijt het spits af met een eerste toespraak. Er wordt door zes personen incluis mijzelf gesproken. Elke toespraak heeft zijn eigen invalshoek en karakter. De zus van mijn vader, zijn werk, de hartsvriendin van mijn moeder en de voetbalvereniging, waar mijn vader lid van verdiensten is, spreken allen. Hun toespraken zijn stuk voor stuk bijzonder en mooi. Ze geven allen een mooie terugblik op het leven van mijn vader. Elke toespraak raakt me diep. Na elke twee sprekers volgt er muziek. De door mijn vader uitgekozen muziek is mooi bij de dienst. Het lijkt wel of hij heeft aangevoeld welke muziek nodig is bij zijn dienst.

Als laatste doe ik mijn toespraak mede namens mijn broer. Ik loop naar de desk. Leg mijn toespraak neer en kijk de zaal in. Ik krijg het te kwaad. Wat een mensen in de aula. Het voelt als een soort ‘flashback’. Sta ik hier weer binnen vier maanden. Dit kan toch niet waar zijn bedenk ik me. Ik neem nog een slok water om daarna aan te vangen met de moeilijkste toespraak in mijn leven. De emoties gieren door mijn lijf. Ik heb het zwaar en ben hevig geemotioneerd merk ik. Na mijn toespraak wordt de dienst afgesloten met een videoclip met foto’s van mijn vader die ik heb laten maken op het nummer ‘I can sing a rainbow’ van The Dells. Dit nummer heeft mijn vader ook uitgekozen. Na de videoclip wordt iedereen verzocht de aula te verlaten. Als laatste nemen familie en beste vrienden afscheid van mijn vader. Ik kijk nog een keer naar de kist en zag in gedachte gedag. Onderweg naar de condoleancekamer valt de spanning van mij af.

Ik maak me op voor de condoleance ronde. Dit gaat wel even duren weet ik van de vorige keer bij mijn moeder. Het is erg druk in de condoleancekamer. Bij binnenkomst merk ik dat er vele ogen gericht zijn op mijn broer en mij. Ik vraag aan de uitvaartbegeleidster om ons in de zelfde hoek neer te zetten als de laatste keer. Bij het condoleren zie ik net als gisteren een hoop gezichten die ik niet ken. Ik ben blij dat iedereen, die mijn vader heeft gekend, de dienst heeft bijgewoond. Bijzonder veel collega’s van mijn vader’s werk zijn er merk ik. Na een lange tijd handen schudden en praatjes te hebben gemaakt neemt de drukte af. Langzamerhand gaat iedereen weg. We drinken nog wat en wanneer iedereen weg is maken we ons op om weer richting het huis van mijn ouders te gaan waar we met familie en vrienden van mijn ouders nog wat gaan drinken.

Het is een intense middag geweest. Er bekruipt mij wanneer we weggaan een soort van voldaan gevoel. De dienst is mooi en glad verlopen. Onderweg naar het huis van mijn ouders kom ik er achter dat ik in zekere zin van het mooie eerbetoon aan mijn vader heb genoten …

Laatste avond …

Ik sta vandaag wat later op. Voor het eerst heb ik een beetje geslapen achter elkaar. Al hoewel ik toch wakker ben geweest vannacht.

Ik ga lunchen bij een vriendin met haar zoontje. Onderweg naar haar realiseer ik me dat vandaag het rouwbezoek is. Ik zie er niet tegenop, maar ik voel me zwaar op een of andere manier. Het zal wel de ‘gezonde’ spanning zijn.

De lunch is gezellig en het kleine mannetje zorgt voor de nodige afleiding merk ik. Ik vind het fijn om even met haar te kunnen kletsen. Zij en haar zoontje zijn twee mooie mensen met een bijzondere band. Onvoorwaardelijke liefde voor elkaar. Mooi en fijn om te zien. Waarschijnlijk omdat je op je gevoeligst bent zie je die liefde nog beter op een of andere manier. Ze hebben een speciaal plekje in mijn leven.

Vanmiddag heb ik contact met een van mijn beste vrienden. Hij heeft gisteren al voorgesteld om mij samen met een van mijn andere vrienden naar het rouwbezoek te brengen. Ik ben daar erg blij mee. Zij komen eerst eten bij mij en daarna gaan we met zijn drieëen naar het rouwbezoek.

Ik heb onderweg naar het rouwbezoek nog contact met de uitvaartbegeleidster. Alles is in kannen en kruiken. We concluderen samen dat ik op de hoogte ben hoe deze dagen in zijn werk gaan. Nog niet zo lang geleden hebben we immers hetzelfde meegemaakt. Niet dat ik ooit heb gewild om zo op de hoogte te zijn.

Het is druk op het rouwbezoek. Veel mensen, waarvan ik er ook een hoop niet ken, komen mijn broer en ik condoleren. Het geeft een goed gevoel dat er zoveel belangstelling is. Het is de laatste avond dat ik mijn vader gezien heb. Een mix van gevoelens en emoties gieren door mijn lijf merk ik.